Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heer driftig, 't Maakt hem woedend, zoals hij dat meisje daar ziet zitten in een houding, of de hele zaak haar niets aangaat en ze zich geweldig verveelt bij dat nietige gedoe. En het antwoord, dat zij nu geeft, doet zijn toorn dan wel zeer naar billijkheid ontsteken.

,,'k Ben geen dief!" klinkt het luid, op verachtelijke toon.

Driftig wendt mijnheer zich af. O, als hij naar zijn gemoed te werk ging, zou hij dit trotse nest haar hals doen buigen op een manier, die op school verboden is.

„Tassen op tafel!" gelast hij.

Eén voor één inspecteert hij de inhoud van de tassen en de kastjes van de leerlingen, die zelf allen zenuwachtig meehelpen met het uitpakken. En er komt wat uit, uit die tassen: verboden lectuur, caricatuur-tekeningen, zakjes lekkers .... maar mijnheer schenkt er geen aandacht aan. 't Is hem om het schrift te doen. Lucie is een der laatsten bij wie een onderzoek ingesteld wordt. Ze zit dood-kalm naar buiten te staren, heeft niet eens de moeite genomen om haar tas op tafel te leggen.

„Je tas!" snauwt mijnheer en met 'n edele zwaai haalt Lucie haar tas naast haar bank vandaan en legt ze, nog gesloten, voor mijnheer neer.

„Maak open!" gelast hij kort.

Langzaam opent ze de tas en laat mijnheer de inhoud zien, zonder er zelf met een blik naar te kijken.

'n Vluchtige blik en mijnheer haalt triomfantelijk het bewuste schrift er uit.

„Dus jij!" zegt hij tegen Lucie.

Zo wit als een doek staat ze op en gaat naast haar bank staan.

„Ik?" zegt ze met gesmoorde stem. „Dat is gemeen!"

„Wat is gemeen? Dat je dit schrift genomen hebt en ons alles hebt laten afzoeken? Ja, dat is gemeen!" zegt mijnheer.

Sluiten