Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgestaan, alle kleur is ook uit hun gezichten verdwenen.

Nog steeds rusten zijn ogen op dat bleke meisje voor hem.

Dan, spontaan, steekt hij zijn hand uit en drukt stevig haar bevende hand.

„Nee, jij hebt het niet gedaan! Ga maar gauw zitten!"

Met vaderlijke tederheid slaat hij zijn arm om haar heen en drukt haar zacht neer op haar plaats. Maar dat is te veel voor Lucie en misschien voor 't eerst in haar leven barst ze in een weldadig snikken uit.

Mijnheer Olen is ook onder de indruk en zijn stem klinkt eer vriendelijk dan streng.

„Jongens en meisjes, het schrift is terecht. De mogelijkheid bestaat, dat een van jullie het in onbedachtzaamheid gedaan heeft. Ik kan me niet indenken, dat het boze opzet geweest is. Wij, die toch weten, dat er Eén is, Die ons altijd gadeslaat, Die zelfs onze diepste gedachten kent, voor Wien niets, letterlijk niets verborgen is, wij zouden zo iets niet kunnen doen, zonder ons bewust te zijn van het grote kwaad, dat we deden. We veronderstellen dus, dat het gebeurde in ontzettende oppervlakkigheid bedreven is en ik geef de dader een week tijd, om zich bij mij aan te melden. Ik vertrouw echter, dat hij vandaag nog komt en nu, mijnheer Verschoor, kunt u wel verder gaan met uw werk. Dag mijnheer, dag jongens en meisjes!" groet mijnheer Olen vriendelijk en hij klopt in 't voorbijgaan Lucie vertrouwelijk op de schouder.

De les wordt voortgezet, maar erg rustig is het niet en meer dan eens moet mijnheer verbieden.

Overal klinkt gefluister en briefjes worden van de ene bank naar de andere doorgegeven. De jongens doen hun speurderswerk en naar een bepaalde hoek worden veel boze blikken geworpen. Voor sommigen duurt de schooltijd onmogelijk lang. Eindelijk, daar

Sluiten