Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat het verlossende belletje. Haastig wordt opgeruimd en mijnheer gaat danken. Hij bidt ernstig, ook om oplossing van het raadsel van die morgen. Na het gebed reppen allen zich om de school uit te komen en op 't plein verzamelt de hele „derde". Opgewonden klinken hun stemmen. Op enige afstand van de anderen staat een klein groepje jongens, waaronder ook Gerrit Spaan en Bertus Brouwer. Ze praten fluisterend, 't Is of ze iets afspreken. Ze knikken allen goedkeurend bij hetgeen Gerrit zegt en deze stevent nu rechtstreeks op de grote groep af. Hij plaatst zich vlak voor Klaas Vink, een grote jongen. Allen merken, dat Gerrit wat gaat zeggen. Hij doet het ook — zonder enige inleiding zegt hij: „Ben jij al bij mijnheer geweest ?"

„Ik ? vraagt Klaas en doet, of hij erg verwonderd is over die vraag.

. jij!" zegt Gerrit en geeft hem tegelijk een klap in z'n gezicht.

,,'k Zou niet weten, wat ik bij mijnheer doen moest," zegt hij kleintjes en de anderen vinden het vreemd, dat Klaas niet terugslaat, daar hij Gerrit wel maken en breken kan.

„Weet jij niet, wat je bij mijnheer doen moet? Daar! Daar! Lafaard!" En Gerrit turft er op, dat het 'n aard heeft, zonder dat Klaas één slag teruggeeft.

„Ziezo, nu heb je een inleiding. Je kunt nu beginnen met te vertellen, dat ik je geslagen heb en dan volgt de rest van zelfj alleen zul je nu dadelijk moeten gaan, want Bertus en Piet en Henk en al de anderen wachten er op. Je bent een held, hoor! Natuurlijk durfde jij je vinger niet op te steken om te vertellen, dat jij het schrift weggenomen had en kalmpjes wilde je Lucie er in laten vliegen. Die had heel wat meer courage dan jij, want die zal ook wel geweten hebben, dat jij het weggenomen had, maar die verraadde jou niet en schiet nou op, lafaard, of we zullen je er heen dra-

6 Twee meisjes, even oud, maar ....

Sluiten