Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuldigt Betje zich. ,,'k Zal gauw stoffer en blik halen."

„M'n mooie kopjes!" jammert mevrouw.

Daar is Betje al terug en voorzichtig, als is ze bang nog meer stukken te maken, veegt ze de scherven bij elkaar.

,,'t Is casuweel!.... allegaar kapot!" mompelt ze.

Mijnheer Bertels komt zich ook met het geval bemoeien. Hij is boos!

„Je wordt zo een dure kostganger!" bromt hij. „Eerst al de verf van de keuken, een ruit gebroken, 't plafond bedorven en nu 't hele theeservies en dan nog al die borden!" somt hij op.

Schuldbewust slaat Betje haar ogen neer en kijkt naar de scherven op het blik.

„Nu kom, zeg eens wat. Hoe moet dat nu?" roept mijnheer driftig.

Opeens kijkt Betje hem glunder aan.

,,'k Zal ze in d'n emmer gooien en die mooie scherven, die zuuk ik d'r uut, daor kan 'k 'n mooi blompotje van maken!" zegt ze en ze knikt of haar hoofd er af moet.

„Houd nu maar op met die onzin en zeg ons liever, wie dat betalen moet!" zegt mijnheer driftig.

„Ik dink gij!" zegt Betje geheel ter goeder trouw, maar dat antwoord stilt mijnheers toorn niet.

„Ik?" roept hij boos. ,,'t Zou wat moois zijn! Jij, door je lompheid de boel breken en ik ze betalen, 't Is misschien maar 't beste, dat je vanavond zonder eten naar bed gaat, dan zul je voortaan wel beter uitkijken!"

t Blijkt, dat mijnheer daar 'n gevoelige snaar aanraakt, want haar eten slaat ze niet graag over. Hulpeloos kijkt ze mevrouw aan, als voelt ze, daar steun te Zullen vinden.

,, k Heb er zo'n spiet van!" zegt ze berouwvol.

»Nu, gooi de scherven dan maar in de emmer: dan

Sluiten