Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heb je nog juist tijd om voor het eten de messen te slijpen!" zegt mevrouw.

Betje gaat weg en mijnheer en mevrouw gaan weer zitten.

„Daar moeten we toch eens met mijnheer Van Waerden over spreken. Ik vind alles goed en wel, maar je kunt toch ook al te goed zijn. Dat kind jaagt ons gewoon op kosten!" zegt mijnheer.

„Och, laten we het nog maar eens aanzien/' pleit mevrouw. „Ze is al heel wat in haar voordeel veranderd en 't kind heeft een lief, zacht karakter; nooit is haar iets te veel. Ze vliegt voor me. 't Kind is in die paar maanden al zo aanhankelijk geworden!"

„Goed, maar wat is dat nu voor 'n manier van doen, om steeds naar de gesprekken te luisteren, als ze in de kamer is; dat verwacht je toch niet van een dienstmeisje en dan die onmogelijke domheden!...."

„Maar man, dat kind is in de wildernis opgegroeid en dan ook: haar verstand is niet groot, ofschoon ik me sterk maak, dat ze de huishouding best leert. Let maar eens op, hoe ze haar best doet om schoon te zijn. Daar zag ik nog het meeste tegenop. Als je dat verhaal van mevrouw Van Waerden gehoord had, hoe die haar vond, toen ze dat ongeluk gehad heeft.... emmers vuil moeten er af gekomen zijn en nu, nu zal ze nooit vergeten haar handen te wassen als we gaan eten en het groente schoonmaken kan ik geheel aan haar overlaten en vind je ooit een zaadje in de spinazie? Nee, het kind gaat met sprongen vooruit en ik moet eerlijk zeggen, dat ik het me tot een eer zal rekenen, de Vodden-prinses in een keurig dienstmeisje te veranderen. Maar ja, geduld en nog eens geduld. Ik denk er zelfs over, haar wat onderwijs te geven: wat taal en rekenen en schrijven. Zo'n uurtje 's middags is wel te vinden en ze hoeft ook niet elke avond te zitten breien!"

Sluiten