Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Mens, wat haal je je in 't hoofd!" bromt mijnheer ontevreden.

„Ik ben overtuigd, dat ik mijn werk en tijd niet aan een onwaardige besteed," merkt mevrouw rustig op. „Ze kan soms zo ontroerend naïef voor de dag komen. Die keukengeschiedenis heeft haar dagenlang dwars gezeten. Een dag of drie later, toen we alleen in de keuken waren, was ze zo stil, dat ik dadelijk merkte, dat er iets aan de hand was en ja, opeens kwam het er uit: ,Mag ik ook bidden, dat ik de verf d'r niet meer afboen?' vroeg ze."

„Dat is alles goed en wel, maar ik twijfel er toch aan, of je wat bereiken zult. Ik geloof, dat ze achterlijk is en dat ze steeds weer terug zal vallen tot haar oude wildemansleventje! 't Beste zou zijn, dat je er eens mee naar het bureau van professor Waterink ging!"

„Nu, zo'n bezoek is niet zo onbereikbaar. Ik heb er zelf ook al eens over gedacht. Mijnheer Van Waerden gaat zo dikwijls alleen met de wagen naar Amsterdam en als we het hem vragen, neemt hij ons graag eens mee," zegt mevrouw. „Maar," laat ze er op volgen, ,,'k heb zo'n idee, dat we het zo ook wel redden, 'k Zal er zo spoedig mogelijk werk van maken, dat ze aan het leren komt. 't Valt me al genoeg mee, dat ze een beetje lezen kan."

„En ze leest nooit!" werpt mijnheer tegen.

„Nee, ik denk dat dit komt, omdat ze er te veel moeite mee heeft en daardoor de zinnen niet begrijpt, maar de teksten voor de Zondagsschool en de versjes leest ze allemaal, 't Zal nog een model-kind worden!" zegt mevrouw lachend.

„Als mijn geduld het uithoudt!" zegt mijnheer. „Werkelijk, ik dacht straks met die kopjesbrekerij: nu is 't uit!"

„En nu denk je?" vraagt mevrouw lachend.

„Nu denk ik: afwachten maar tot de volgende keer,"

Sluiten