Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man zit in de gevangenis, hè? Toch zielig voor zo'n kind. Je zou haar anders niet herkennen; wat een keurig dienstmeisje!"

„Och, dat malle spook!" is al wat Lucie zegt.

Ze zijn al weer bij een ander huis en Betje is al vergeten.

Maar 's avonds, als Lucie in geuren en kleuren vertelt, dat zij en Lies het meeste van allen hebben opgehaald, dan vertelt ze ook van die gulden van Betje.

„Och, die zal wel van mevrouw geweest zijn!" veronderstelt mijnheer Van Waerden.

„Nee, want ze zei er nog extra bij: ,Die is van mien, mien vaoder zit ook in de gevangenis'.... dat malle kind!" vertelt Lucie.

„Een gulden!" zegt mevrouw verbaasd. „Hoe komt dat kind er aan?"

„Natuurlijk gestolen!" meent Lucie. „Ja, je moet nodig zulke lui in huis halen!"

„Dat kan ik niet geloven!" zegt mevrouw beslist en mijnheer haalt de schouders op.

,,'k Zal eens informeren," zegt hij.

Nog diezelfde avond loopt hij bij de familie Bertels aan. Ze zitten om de tafel en handig weet mijnheer het gesprek op de collecte te brengen. Hij vertelt, dat ze Zoveel heeft opgebracht. Betjes ogen glinsteren, als ze dat hoort. Mijnheer Van Waerden ziet haar aan.

„Ja kleintje," zegt hij, „jij bent ook royaal voor de dag gekomen. Jij gaf 'n gulden, hè? Mijn dochtertje vertelde het. 'k Wist niet, dat jij zo rijk was!" zegt mijnheer Van Waerden lachend.

,,'k Had 'm van juffrouw Willy gekregen!" zegt Betje.

„Maar kind," zegt mevrouw, „heb je nu alles gegeven, wat je had?! Nu heb je niets meer en kun je niets kopen voor jezelf. Ineens je hele spaarpot leeg!"

,,'t Was voor mien vaoder!" zegt Betje eenvoudig.

Sluiten