Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 7.

BETJE KOMT BIJ MEVROUW VAN WAERDEN EN LUCIE VERLIEST EEN BRIEF

Mevrouw Bertels werd ziek.

Lang had ze er tegen geworsteld, maar eindelijk moest ze de strijd opgeven. Ze had het geprobeerd met 's middags een paar uur op de divan te gaan liggen en 's avonds vroeg naar bed te gaan, maar nu moest ze op bed blijven en werd de dokter gehaald.

Die oordeelde: rust. Dat gaf 'n zorg!

Rusten! Ja, maar hoe moest het dan met de huishouding? Betje? Ze deed haar best, kende geen vermoeidheid, draafde honderd keer de trappen op en af, was de gedienstigheid in eigen persoon, maar ....

Mevrouw had nog wel hoop, dat het gaan zou. Betje moest telkens maar komen vragen en mijnheer en Johan moesten nu maar niet zo nauw kijken en geen hoge eisen stellen aan het eten. Een eenvoudige pot Zou wel gaan. Betje had zo dikwijls geholpen en gezien, hoe mevrouw het deed, dat ze de beste verwachtingen van haar koesterde.

't Bleek echter gauw, dat mevrouw Betjes capaciteiten overschat had.

Voor mevrouw was ze erg bezorgd.

Ze kon niet op de kamer komen of ze schudde de kussens wat op en stopte de dekens in; met wat minder hardhandigheid zou ze een ideaal verpleegster zijn. De bezorgde, medelijdende blikken, waarmede ze naar de patiënte keek, deden mevrouw goed.

Ze ging hoe langer hoe meer van het kind houden en toch, het ging zo niet.

Sluiten