Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, wat zal er gebeuren ? Zou ze hem verloren hebben ? Maar dat kan niet! De tas was dicht! Gestolen kan hij ook niet zijn! En wel honderd keer gaat ze in gedachten alles na. 't Moet verlóren of gestólen. Een klein hoopje heeft ze, dat hij gevonden zal worden, als ze hem verloren heeft. Dat moet toch: zo'n grote, witte enveloppe met vijf lakken; die ziet iedereen liggen. Daarbij zijn 't allemaal drukke wegen waarlangs ze gefietst is .... Maar, zouden ze hem terugbrengen, als ze hem vinden? Niet alle mensen zijn even eerlijk. En als hij gestolen is? Je leest wel, dat ze tegen je aan lopen en je dan beroven in 't gedrang, maar ze is helemaal niet in 't gedrang geweest. Bij 't postkantoor was niemand. Voor de winkel van Berkhof waren het allemaal meisjes

van de school.

't Is 'n raadsel — en als dat raadsel niet opgelost

wordt, is zij de schuldige. , . Q

Zal er dan iemand geloven, dat zij gestolen heeft i Dat lijkt haar al te dwaas en toch .... O, haar hoofd wordt moe van het al maar opperen van mogelijkheden, die ze weer even spoedig verwerpt. Ze krijgt hoofdpijn! Ze kijkt op haar horloge .... twee uur .... Met schrik denkt ze aan school. Wat zullen ze daar denken? Zou mijnheer Olen het in verband brengen met zijn brief? Ze kan het niet langer uithouden, 't Wordt haar te benauwd. Ze stapt op haar fiets en doolt door 't bos. Eindelijk is het tijd, dat de school uitgaat. Nu maar naar huis! Het vreselijke maar vertellen. Misschien, dat vader en moeder raad weten.

Ze fietst terug naar de stad. Ze moet langs haar school, maar 't is er stil. Gelukkig, niemand ziet haar. „Juffie, afstappen!" klinkt het opeens.

Ze valt van schrik haast van haar fiets, 't Is de agent, wien ze vanmiddag alles verteld heeft.

Alle kleur is uit haar gezicht weggetrokken en ze staat te beven op haar benen. Wat zal er nu gebeuren.

Sluiten