Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De agent laat haar niet lang in het onzekere.

„Je mot mee naar den inspecteur!" gelast hij, „Ik bin al bij je huis geweest en al op school, maar geen mins wist, waar je was. Je ben me ook 'n mooie 1 Afijn, ga maar mee. 'k Zal je maar niet vasthouwen, hè, want weglopen zal je niet!"

Met neergeslagen ogen loopt ze naast den agent» De mensen kijken haar na, ze durft niet op te kijken, maar ze voelt het. O, kon ze maar door de grond Zinken. ö

„Waarom ben je stilletjes uit school thuisgebleven ?" vraagt de agent.

„Ik durfde er niet naar toe," zegt Lucie met 'n hese stem.

„En ook niet naar huis, hè? Nee, dat ken ik me begrijpen. t Is me nogal een sommetje! Driehonderd gulden!

„Hebben ze de brief nog niet gevonden ?" vraagt Lucie met een benepen stem.

„Gevonden ? Ja juffie, dan mot-ie eerst verloren wezen, en ik zeg tegen den inspecteur: uit zo'n tas ken je geen brief verliezen. Nee juffie, die zal wel gestolen Zijn en die het gedaan heeft, schrijft z'n naam er niet .)) dat ,™°"en we onderzoeken. Ik zeg maar, onder de rijken zijn d r ook wel, die lange vingers hebben."

Lucie krimpt in elkaar! Die man zal toch niet denken, dat zij de brief gestolen heeft.

„Ja juffie, je ken het rijmpje: groten stelen en kleinen stelen, maar groten stelen het meest!" en de man lacht om zijn eigen geestigheid.

Lucie voelt haar hart bonzen! Zij 'n dievegge!

„Hier binnen me d'r .... Ga maar voor .... Ja, de politie is altijd beleefd en laat de dames voorgaan ...» Ho maor. roept hij tegen Lucie en hij klopt op 'n deur. „Inspecteur, hier is het juffie!"

De inspecteur ziet van z'n werk op.

8 Twee meisjes, even oud, maar ....

Sluiten