Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee mijnheer !"

„Kon je niet zien, dat ze aan de tas geweest waren „Nee mijnheer!"

„En je miste de brief pas, toen je voor 't loket stond ?" „Ja mijnheer!"

„Dank je, nu weet ik genoeg ... Of nee, nog even ... Waarom ben je stilletjes uit school weggebleven?" „Ik durfde er niet naar toe!"

„Dan had je naar huis moeten gaan Daar zijn

f.e,nu fg ongerust./k Heb straks, toen je kwam, dadelijk gebeld, dat je hier was, maar dat was heel, heel erg dom van je .... 't Geeft zo'n vreemde gedachte . "

„Maar mijnheer, u denkt toch niet "

„Meisje, wat ik denk doet aan de zaak niets af: de reiten zullen het moeten uitwijzen; nu kun je gaan." Jmst gaat de telefoon. „Wacht even!" .... „De inspecteur luistert.... „Ja, laat maar komen!" — „Je vader is er!

binne^l0P °P ^ deUf en mi^nheer Van Waerden stapt

^ya4e.r'" Lucie valt hem snikkend om de hals. „Meisje, bedaar toch!" kalmeert haar vaderen hij vraagt den inspecteur of er geen nieuws is. „Nee mijnheer, nog geen eerlijke vinder!"

„ k Zal 'n beloning van honderd gulden uitloven'" zegt mijnheer Van Waerden.

,,'k Hoop, dat het helpen zal. Ik heb nu al m'n aantekeningen en ik beloof u: we zullen ons best doen. De nummers van de biljetten zijn bekend ...."

Lucie staat nog steeds stijf tegen haar Vader aan en noudt diens arm krachtig omkneld.

WaerdenUnnen Wd gaan?" vraa§t mijnheer Van

„Zeker! 'k Zal u uitlaten!"

Haar vader is ook op de fiets en met enkele minuten Zijn ze thuis, waar Lucie troost zoekt bij haar moeder.

Sluiten