Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze wordt rustiger. De ademhaling wordt regelmatig en dieper. Ze slaapt.

Eindelijk waagt mevrouw het, op te staan, 't Licht laat 2e branden* n Uurtje slaap Lucie door, maar dan begint ze te woelen en wordt weer wakker.

Dadelijk staat alles haar weer duidelijk voor ogen. Gelukkig, haar hoofdpijn is wat gezakt. Ze gaat nog eens na: mijnheer Olen heeft het geld al terug en de brief kan verloren of gestolen zijn. Is hij verloren en wordt hij teruggebracht, dan heeft ook haar vader zijn geld weer terug. Is hij gestolen en wordt de dief niet gevonden, dan is haar vader driehonderd gulden minder rijk en dat is nog wel om te overkomen. Is het dan wel zo erg? Heeft ze zich dan niet overstuur gemaakt voor niets ?

En als de politie nu eens meent, dat zij de dief is ? Maar dat kan toch niet! Ze hééft het toch met gedaan!

t Lijkt haar nu lang zo erg niet meer. Maar slapen gaat toch niet en de hoofdpijn komt ook weer opzetten.

„Ben je weer wakker? Malle meid, ga toch slapen! Alles komt immers in orde. Je hebt toch niets verkeerds gedaan? Nu ja, je gewone onverschilligheid en die

kost je vader nu driehonderd gulden maar dat

zal ons niet armer maken!"

„Moeder! zegt Lucie en ze slaat haar armen om haar moeder heen, ,,'k was zo bang, toen ik op het bureau zat. Zou u het ook niet vreselijk gevonden hebben, naast zo'n agent te moeten lopen ?"

„Ja kindje, maar dat is nu voorbij. Ga nog maar wat slapen en ik zou morgen maar thuis blijven en niet naar school gaan. Vader zal wel 'n briefje schrijven naar mijnheer Olen."

Lucie kijkt haar moeder dankbaar aan en in een opwelling van hartelijkheid geeft ze haar plotseling een kus.

Sluiten