Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vraagt: „En juffie, waarom schrok je zo, toen je main Zag ? ' dan barst ze in snikken uit en roept met een wanhopige stem: „Ik weet niets van die brief af. Zeg dan, moeder, dat ze me geloven moeten !"

„Dat zullen we wel onderzoeken!" zegt de agent, maar de inspecteur legt hem het zwijgen op.

Ook Betje spreekt voor haar beurt. Ze maakt zich zo kwaad op diene Dikke, dat ze uitroept: „Ikke weet wel waarom de juffrouw zo schrok,umdat ie zo lillijk bint!"

Ook zij krijgt een snauw, waar ze zich echter al heel weinig van aantrekt en bij het verdere verhoor geeft Ze zulke rare antwoorden, dat de inspecteur het maar heel kort maakt.

„En nu wilden we nog even een onderzoek instellen op de kamertjes van de meisjes .... U staat ons wel toe, mevrouw?"

Mevrouw knikt bevestigend, maar vraagt toch, of dat nu wel nodig is.

„Och mevrouw, 't heeft immers niets te betekenen!" stelt de inspecteur gerust, maar de houding van den agent verraadt, dat hij er de ongedachtste resultaten van verwacht.

De meisjes moeten mee en ook mevrouw volgt.

t Kamertje van Betje krijgt eerst een beurt. Lucie staat te snikken en bijt zenuwachtig haar zakdoek stuk, maar Betje laat lachend haar weinige bezit zien, en als de Dikke zich kwaad maakt, als hij haar spaarpotje niet open kan krijgen, dan zegt ze: „Ie bint me ook 'n inbreker van niks!" en gedienstig helpt ze hem.

„Noe zal je 's wat zien!" zegt ze geheimzinnig, als ze voelt, dat het slot omgaat. Werkelijk meent Feenstra een ontdekking te zullen doen, als ze hem ineens schaterlachend het lege doosje onder de neus houdt.

,,'k Zal jou in de gaten houwen," nijdigt hij en hij stapt met forse passen op het ledikant af, dat hij helemaal doorzoekt.

Sluiten