Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat za 'k noe lekker slapen!" glundert Betje tegen Lucie, maar daar kan geen lachje af.

Als ze alles doorzocht hebben, is de beurt aan Lucie's kamer.

Hier valt meer te doorzoeken en agent Feenstra zorgt wel, dat hij geen hoekje overslaat. Maar ook dit onderZoek dreigt op niets uit te lopen, als eindelijk zijn oog valt op haar schrijfmap.

„Geef hier het sleuteltje maar 's van!" gelast hij.

Lucie maakt de map voor hem open. Ze bewaart in één der zakjes haar geld. Triomfantelijk haalt Feenstra het er uit.

„Daar hebben we de aap!" meent hij, maar mevrouw ontneemt hem de illusie.

„Ze heeft gespaard voor een nieuwe fiets en dit is het geld er voor. Juist deze week zou ze er een gaan kopen," zegt ze.

't Zijn 'n paar briefjes van vijf en twintig en enkele van tien gulden met drie rijksdaalders. Maar nu komt ook de inspecteur naderbij en als de agent een biljet van vijfentwintig gulden veelbetekenend omhoog houdt, haalt de inspecteur een briefje uit zijn portefeuille.

„Hoe kom je hieraan ?" vraagt hij Lucie op luide toon.

Deze schrikt van de plotselinge harde stem en ze klemt zich in haar angst al schreiende aan haar moeder vast.

„Dat heeft ze van haar vader gekregen," zegt mevrouw rustig.

,,'t Is een van de vermiste biljetten!" antwoordt de inspecteur.

„Maar u denkt toch niet, dat mijn dochter een dievegge is?!" zegt mevrouw trillend van verontwaardiging. „Daar moet een afschuwelijk misverstand in het spel zijn!"

,,'k Had wel gelijk, juffie en beken nou maar alles!" Zegt de agent.

Sluiten