Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telkens als de bel ging en 's nachts kan ze niet in slaap komen. Ze lag te woelen tot ze in een lichte sluimering viel, kort daarop schrok ze weer wakker door benauwde dromen, waarin steeds agenten een rol speelden. Soms gilde ze en kwam haar moeder bij haar zitten.

Eten deed ze niet!

Dat kon zo niet blijven gaan.

Ze kreeg hoge koortsen en 's nachts moest er gewaakt worden. Mijnheer en mevrouw verdeelden de tijd onder elkaar en overdag nam Anna het over.

Toen de koortsen afnamen, mocht ook Betje soms aan het bed komen. Dat vond ze hoogst gewichtig en als Lucie dan haar ogen opsloeg en haar aankeek, straalde Betjes gezicht haar tegen en legde ze de vinger tegen de lippen om te beduiden, dat de juffrouw niet spreken mocht, want dat had mevrouw verboden.

Eens, toen mevrouw zachtjes binnenkwam, vond ze Lucie slapende en Betje geknield voor haar bed.

,,'k Het veur d'r gebid!" zei ze verlegen tegen mevrouw en die knikte haar vriendelijk toe.

Langzaam, heel langzaam kwam Lucie wat bij, maar wat zag ze bleek.

't Was of haar hele gezicht een andere uitdrukking gekregen had.

Ze moest nu veel versterkende middelen gebruiken. Maar ze had nog zo weinig trek, hoewel ze erg haar best deed om toch iets te eten.

Van de politie hoorde ze niet meer.

Op een middag was Betje boodschappen wezen doen en kwam ze terug met een prachtige boeket lelies en afzonderlijk twee mooie takken orchideeën.

Mevrouw zat bij Lucie en schrok van die mooie bloemen.

„Hoe kom je daaraan ?" vroeg ze verschrikt.

„Van den baron .... maar nou heb ik ze niet gestolen!"

Sluiten