Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ze vertelde, dat ze vroeger altijd bloemen „pikte" uit de tuin van 't kasteel; ze had het ook gedaan, toen juffrouw Willy thuiskwam en toen had de juffrouw geZegd, dat het stelen was, maar deze waren niet gestolen.

„Ik heb lopen wachten bij 't gat in de heg, of ik Gart Jan ook zag, aan hem wilde ik het vragen. Toen is de baron eiges naar me toegekomen en heeft zelf gevraagd, of ik wat most hebben en toen heb ik vriendelijk gevraagd, of ik wat bloemen mocht hebben, hele mooie voor de juffrouw en toen most ik alles vertellen, k Vertelde hem, dat ik, toen ik nog Vodden-Bet was, Ze altijd bij 'm pikte, maar nou ik Betje Brands geworden ben en altijd schone kleren aanheb, nou weet ik ook, dat het stelen is en dat doe ik nou niet meer.

De baron moest iedere keer zo lachen en toen mocht ik met hem mee. Gart Jan was er ook! En de baron zee tegen 'm: ,Ken je dit meisje?' en toen zee die: ,Dat is de Vodden-prinses!' en toen lachte de baron weer en Zee: ,Nou heet ze Betje Brands en toen nam die malle Gart Jan z'n pet voor me af, maar de baron knipte zelf de bloemen met z n schaartje af. Met die twee most ik erg voorzichtig doen, zee die, want dat ware erge mooie. Nou en toen hè 'k 'm bedankt voor zijn vrindelijkheid."

„Ze zijn mooi! Prachtig!" vindt mevrouw. ..'k Zal gauw een vaas halen!"

Nauwelijks is mevrouw weg, of Lucie steekt haar hand naar Betje uit.

„Betje, hoor 'ns .... wil je me vergeven, dat ik altijd Zo lelijk tegen je gedaan heb ? Ik zal voortaan heel anders worden tegen de mensen en vooral tegen jou!"

Ze drukt stevig Betjes hand en die is erg verlegen met haar houding, vooral als ze de grote tranen in Lucie's ogen ziet.

,,'k Vind oe lief!" stamelt ze.

Sluiten