Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

open had, daar zou de Heere niet boos om zijn, nu niet! 't Was om vader!

Dikwijls ging ze naar boven en zat ze bij haar zusje aan het bed. Ze vertelde van school en van de vriendinnen, die ze gezien had en die naar haar gevraagd hadden.

Ze vertelde er niet bij, dat Lies en Gré en Annie zo gek deden en telkens elkaar aanstootten, als ze wat aan haar vroegen.

Op een avond komt mijnheer Olen Lucie bezoeken en praat en lacht en vindt de hele geschiedenis niets erg. Maar Rietie denkt: „Die heeft makkelijk praten, die heeft z'n geld terug en juist hèm geeft Rietie de schuld van alles. Hij had natuurlijk een verkeerd nummer opgeschreven en nu vindt ze het allesbehalve aardig, dat hij zo schertst en lacht, als hij toch Lucie ziek gemaakt heeft en de hele familie zoveel verdriet bezorgd heeft. Ze kan het niet langer vóór zich houden en ze vraagt hem, zo maar, juist nadat hij iets leuks verteld heeft, of hij die nummers wel goed opgeschreven had en plotseling is z'n lachen over en verontwaardigd antwoordt hij, dat daar niet aan te twijfelen valt, daar is hij veel te nauwkeurig voor; maar Rietie laat zich niet uit het veld slaan en vraagt, of mijnheer soms aan het sommen nakijken was geweest. Dat weet hij niet meer en hij vraagt, wat dat er mee te maken heeft. „O, dan kan u soms een antwoord van een som opgeschreven hebben," veronderstelt ze.

Lucie moet lachen en mevrouw vraagt maar gauw, of Rietie even naar Anna wil gaan, om iets over het eten te zeggen. Ze vindt Rietie op het brutale af, en tóch .... de mogelijkheid, dat mijnheer Olen de nummers verkeerd opgeschreven heeft, laat haar niet los. 't Kan toch niet anders!

De opmerking van Rietie heeft den heer Olen plotseling alle lust tot scherts benomen en al praat hij zich

Sluiten