Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor, dat een vergissing uitgesloten is, hij voelt zich toch lang niet prettig, dat misschien, door een onnauwkeurigheid van hem, zoveel leed over deze familie is gekomen. Hoe echter zekerheid te krijgen ? Iedereen kan zich toch vergissen? Zijn oog valt op Lucie, die daar Zo mager en wit in haar bed ligt. Haar kleur, haast niet afstekend bij de witte lakens, en die handen, waar de blauwe aders zo scherp afsteken tegen de blanke huid! Nee, hij krijgt het warm en staat haastig op. Hij wenst Lucie het beste toe en belooft nog eens terug te zullen komen.

Mevrouw laat hem uit en als ze haar plaatsje bij het raam weer inneemt, staart ze nadenkend naar buiten en 't wordt voor haar hoe langer hoe duidelijker: dat is de oplossing. Dat niemand daar nog aan gedacht heeft.... hoe is het mogelijk!

Zo gauw mijnheer thuis is, spreekt ze er met hem over. Jawel, honderdmaal heeft hij dat bij zichzelf ook overlegd, maar wie zal het bewijzen ? En 't komt er hier niet op aan, wat ieder denkt, want er is immers niemand, die denkt, dat Lucie gestolen heeft, maar 't komt op de bewijzen aan en die bewijzen kan alleen de brief geven.

Elke dag loopt mijnheer op het politiebureau aan. Iemand moet de brief hebben en de nummers van de biljetten zijn gepubliceerd — wil de oneerlijke vinder of de dief er een uitgeven, dan is de kans groot, dat hij gesnapt wordt.

Vooral door het uitloven van de beloning hoopt mijnheer, dat de mensen zullen uitkijken; en toch, hoe meer dagen er verlopen, hoe meer de kans vervliegt, meent hij. Hiermee is mevrouw het echter niet eens. De dief heeft natuurlijk ook de berichten over de nummers gelezen en de advertentie van de beloning gezien, in elk geval er van gehoord, dus die zal wel wachten om z'n vingers te branden.

Eén ding is gelukkig: Lucie schijnt door 't ergste

Sluiten