Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen te zijn. Ze begint wat meer eetlust te krijgen en is veel opgewekter.

Ook de verandering, die in haar schijnt te hebben plaats gehad, is mevrouw en mijnheer niet ontgaan.

„Als dat eens blijvend was!" hoopt mevrouw, 't Zou immers best mogelijk zijn. Is de Heere niet machtig om het goede uit het kwade te doen voortkomen? Ze merkt met vreugde, hoe goed Lucie nu met Betje kan opschieten.

Betje, die, als ze even weet, dat er niemand boven is, gauw haar werk in de steek laat om bij de zieke te gaan babbelen. En Lucie, die nu belang stelt in de verhalen van Vodden-B et, die een en al oor is, als Betje haar vertelt van „vaoder", hoe het er toeging als Bart de Braaier en Schele Willem en Toon kwamen kaarten. „Dan most ik en mien zusje telkens 'n druppie halen en op 't laatst wier het altied ruzie en dan vlukten ze zo; dan ging ik met mien zusje maar de weg op en af en dan kwamen we terug, om te luisteren, of het al stil was. Als het dan stil was, gingen we naar binnen en vonden vader op de grond liggen. We legden dan 'n kussen onder zijn hoofd en 'n deken over hem heen en kropen in de bedstee. As ie wakker wier, was ie nooit kwaad en dan gaf ie uit z'n eigen ook wel 's centen.

Bij al die verhalen voelde Lucie wel, dat er bij Betje altijd nog een verlangen was naar een weerzien van dien vader, die eigenlijk nooit een vader voor haar geweest was, die alleen maar dacht aan zichzelf en die voor zijn kinderen niets over had.

En Lucie nam zich voor altijd lief te zullen zijn voor dit kind, dat nooit een moeder gekend had en Zoveel had moeten missen en ook nu nog miste het grootste, het mooiste in elk kinderleven: de liefde van de ouders.

Lang niet altijd waren Betjes verhalen droevig.

Als Betje vertelde, hoe ze Bart de Braaier geholpen

Sluiten