Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muurtjes. In de voorgevel is een deur, waardoor nooit iemand binnengaat en aan weerszijden een raam. Rechts 'n groot — daar is het woonvertrek achter — en links 'n klein, dat licht geeft aan een berghokje. De zijdeur in 't lage muurtje is de hoofdingang. Als je zo op een afstand staat, lijkt het onmogelijk, om binnen te gaan Zonder je hoofd te stoten. Onwillekeurig buk je dan ook, om in een hokje te komen, waar de pomp staat en waar afgewassen wordt. Daar zijn twee deuren; rechts kom je in 't woonvertrek en de deur recht voor je voert naar de deel, waar de stallen zijn voor de koe, de geit en de varkens, die er in goede dagen geweest zijn. Vóór het huis staan een paar grote, hoge bomen en daar is de hof, waar nu het onkruid welig tiert, 't Ligt er nu zo doods, zo stil, dat 't Betje wat beklemd maakt en ze stapt wat steviger aan.

Bart woont in zo'n zelfde miniatuur-boerderijtje, maar daar staan twee hooibergen bij: een voor 't hooi voor de koeien en één die van onderen als wagenschuur is ingericht en nu helemaal leeg is. Daar komt straks de rogge in. In de hooiberg zit nog wel aardig wat hooi, wel tot een meter of vier hoogte. Bart heeft drie koeien, die nu in de wei lopen; 's avonds komen ze binnen. Als 't erg heet is, 's zomers, keert Bart het wel eens om. Dan staan ze overdag op stal en gaan 's avonds naar buiten. Ook hier staan een paar bomen bij het huis en er is een hof met, van de voordeur af, een middenpad erdoor, waarlangs stekbessen staan. Vlak vooraan staan de bloemen: Oost-indische kers en asters en een paar rozenstruiken. Rondom de hof is een hoge haag en gras voor de kippen. Die mogen in de hof niet komen; overigens hebben ze overal vrije toegang, evengoed in huis als in de stallen. De ingang is weer opzij, maar Betje weet de weg en gaat aan de achterkant van het huis door de grote deeldeuren.

Ze hoeft niet te kloppen en loopt zo maar door tot

Sluiten