Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plotseling zeker, 't Is net zo'n brief, als de inspecteur haar liet zien, met vijf van die lakken er op, met plaatjes!

Ze gooit den haan neer en grijpt de brief.

Ze vergeet ook de andere haan en rent, of ze door 'n zwerm wespen nagezeten wordt, naar haar fiets.

In een oogwenk zit ze op 't zadel.... en daar vliegt ze heen. Dwars over de diepe karresporen in de zandweg, dwars door 't mulle zand, waar de velgen in zakken. Ze trapt door. Krampachtig houdt ze de brief in haar hand geklemd onder haar schort.

Bijna rijdt ze tegen een auto op, als ze de grote weg, links opvliegt. De autobestuurder roept haar een paar lelijke woorden na, maar 't deert haar niet. Ja, ze weet het wel, ze was aan de verkeerde kant van de weg, ze had de korte bocht niet mogen nemen, maar wat hindert dat, ze heeft de brief .... Ze heeft haast.... Ze moet de mensen daar gelukkig maken .... Daar is het huis al.... Met een vaart rijdt ze de poort in, gooit haar fiets tegen de muur en snelt naar binnen. Ze botst in de keuken tegen Anna op, die zich al gereed maakt, haar een flink standje te geven, maar ze is al weg. Met twee, drie treden tegelijk stormt ze de trap op en dan kan ze 't niet langer uithouden.

„Ik heb de brief!" stoot ze er hees door haar opgewondenheid, uit! Ze vergeet te kloppen en meer vallend dan lopend rolt ze de kamer binnen.

„Juffrouw, 'k heb de brief!" .... en ze laat zich aan 't voeteneinde op Lucie's bed neervallen en drukt haar de brief in de bevende handen.

Mevrouw en Lucie zijn echter zó geschrokken van Betjes vreemde entree, dat het nog niet tot hen doordringt, wat ze wil.

Maar daar heeft Lucie de brief in haar magere, blanke handen, die brief met de vijf lakken, de brief, die zoveel leed bracht, maar die nu al dat leed zal veranderen in grote, grote vreugde.

Sluiten