Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Moeder, de brief van mijnheer Olen .... moeder .... nu hoef ik de gevangenis niet in" juicht en snikt Lucie en ze springt uit bed en valt haar moeder om de hals.

„Roep mijnheer!" zegt mevrouw tegen Betje, maar mijnheer is al op 't lawaai afgekomen. Lucie houdt triomfantelijk de brief in de hoogte, de brief met de vijf lakken!

Nu moet Betje aan 't vertellen.

„Wacht even .... rust wat uit.... drink eens!" Mevrouw schenkt gehaast en zenuwachtig een glas limonade in en laat Betje drinken.

't Kind zit te hijgen als een postpaard.

Mijnheer heeft de brief van Lucie gekregen en bekijkt hem aan alle kanten. Hij is opengemaakt, maar de biljetten zitten er nog in. Zie, twee van honderd, één van vijftig en twee van vijfentwintig!

Nu zal ook het nummerraadsel opgelost worden.

Betje heeft haar glas leeg en niemand hoeft haar aan te sporen, om te vertellen. Ze doet het maar al te graag en ze vertelt van het plotselinge verdwijnen van dien haan, de ontdekking van het hol en haar vreugde, toen de krabbelende haan de brief mee buiten het hol trok.

Mijnheer laat zien, waar de nagels de enveloppe drukten en hier en daar scheurden.

Lucie zit als een klein kind op moeders schoot, de arm om moeders hals en als Betje uitverteld is, kust mijnheer zijn dochtertje hartelijk.

„Wel gefeliciteerd, hoor meid! O, wat ben ik blij!" zegt hij.

„En ik niet minder!" zegt mevrouw.

En Lucie zelf? Ze is beter! Ze wil zich aankleden en beneden feestvieren. Allen overstelpen Betje met dankbetuigingen, tot mijnheer haar opeens óók feliciteert! .... Voor haar is immers de uitgeloofde beloning van honderd gulden!

Sluiten