Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu begint het juichen opnieuw.

't Is zo'n drukte, dat niemand merkt, dat Anna en Rietie binnen zijn gekomen.

Bet je moet haar verhaal nog eens doen en dan zegt mijnheer: „Betje, we zijn je o zo dankbaar; laten we nu samen God danken, voor Zijn wonderlijke uitredding."

Alle luidruchtigheid verstomt en op het kamertje van Lucie, waar de laatste dagen en nachten zoveel leed geleden is, knielen zes dankbare mensen neer, om den Heere te danken, voor de verlossing, die Hij gaf.

10 Twee meisjes, even oud, maar .

Sluiten