Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 9.

BETJE LOOPT IN EEN VALSTRIK

Het eerste werk van mijnheer Van Waerden is nu de politie opbellen. Voor een kwartier verlopen is, belt de inspecteur al aan.

Vol verbazing luistert hij naar het verhaal, dat mijnheer hem doet. Nauwkeurig bekijkt hij de enveloppe, ziet de biljetten na en neemt het briefje met de cijfers uit zijn portefeuille. En kijk.... daar staat de vergissing, die zo veel onheil met zich bracht: een drie en een zeven met elkaar verwisseld; niet 073226, maar 037226.

De inspecteur biedt beleefd z'n excuus aan, dat door de dankbare familie zonder enige bedenking aanvaard wordt.

Betje mag voor de zoveelste keer haar verhaal doen. Ze voelt zich een persoon van gewicht.

Dan vraagt de inspecteur, of hij even gebruik mag maken van de telefoon en hij geeft bevel tot onmiddellijke arrestatie van Bart de Braaier, een welbekende bij de politie.

„En nu nog een verzoek aan deze jongedame!" zegt de inspecteur lachend tot Betje. „En wel de uitnodiging, om mij 't plaatsje te wijzen, waar je de grote vondst deed."

Betje groeit een pond spek, eerstens om dat „jongedame"; zij, de Vodden-prinses door zo'n hogen meneer jongedame genoemd en tweedens, omdat ze met dien hogen mijnheer mee mag.

Maar plotseling betrekt haar gezicht, als ze met schrik bedenkt, dat ze nu Bart verraden heeft en ze weet

Sluiten