Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betje had van haar leven nog niet zó lekker gesmuld.

Een ogenblik werd de feeststemming onderbroken door de komst van mijnheer Olen, die zijn grote spijt kwam betuigen over zijn onvergeeflijke slordigheid, waardoor zoveel leed over de familie Van Waerden gekomen was.

Gelukkig, de familie was die avond in een stemming om alles te vergeven en Lucie vond haar slordigheid nog veel erger, om zo'n brief te verliezen.

„Maar je hebt hem niet verloren!" zei mijnheer Olen. ,,'k Hoorde van den inspecteur, dat Bart bekend heeft."

Toen Lucie de tas tegen de muur gezet had bij 't fietsenhok, was ze omgevallen. Bart had de brief gezien en hem er uit genomen.

'n Half uurtje bleef mijnheer Olen meegenieten van de feestelijkheden en hij wist een paar anecdoten zo aardig te vertellen, dat zelfs Rietie hem wel een leuken mijnheer vond.

Hoe gezellig het ook was, laat werd het niet. Lucie werd moe en verlangde naar bed. Toen vonden allen het maar het beste om eens vroeg onder de wol te gaan. De laatste nachten waren zo onrustig geweest, dat ieder verlangde, eens uit te slapen. Lucie was in haar nachtgoed naar beneden gekomen; die hoefde zich dus niet uit te kleden en lag het eerste in bed. Eerst had ze gedankt. Ze hoefde niet naar woorden te zoeken voor haar avondgebed, 't Ging vanzelf. Haar hart vloeide over van dankbaarheid.

Wat lag ze nu heerlijk in haar bed! Zo tevreden, zo rustig. Ze sliep dan ook dadelijk en toen ze de volgende morgen wakker werd, stond de zon al hoog aan de hemel.

De dokter kwam en vond haar zóveel beter, dat ze mocht opzitten. Als ze nu maar at, kwam alles weer terecht, 't Was nu nog een kwestie van enkele dagen.

Sluiten