Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Betje durfde niet meer naar Bart om „héns" te halen. Maar er waren boeren genoeg, die hanen hadden en die avond zou de juffrouw hanen eten; dat stond vast.

Mevrouw had een ziekenstoel op de waranda gezet; daar lag Lucie nu bijna helemaal buiten, te midden van de bloemen. Wat voelde zij zich heerlijk rustig I

Ze begon een handwerkje en telkens kwam een van de huisgenoten haar gezelschap houden. Lag ze alleen, dan verveelde zij zich nog niet. Ze had zoveel te denken, niet alleen over wat de laatste dagen gebeurd was, maar ook daarvóór; en dan, dan zag ze de mooie bloemen voor haar niet; dan keek ze ernstig en rustte het handwerkje.

't Gebeurde wel in die ogenblikken, dat er tranen kwamen in haar ogen, die ze haastig wegveegde met haar zakdoek, om dan, plotseling, met veel ijver weer door te gaan met haar werk.

't Leek wel, of er verband bestond tussen dat handwerkje en die gedachten, die terugdreven weken en maanden ver, want na die tranen borduurde ze verder en een gelukkige glimlach kwam om haar mond.

Haar werk schoot op. Met een paar dagen was het klaar.

t Is op een middag, dat haar moeder bij haar is en haar beknort, omdat ze zich zo vermoeit, dat ze vertelt van wat er omgaat in haar, in die stille, rustige ogenblikken.

Moe ? Nee, moe is ze niet.

„Maar je bent zo stil al die dagen en dat zijn we niet van je gewend .... Je voelt je toch wel goed?" vraagt mevrouw bezorgd.

„O ja, 'k ben helemaal beter, maar ...."

„Maar ?" dringt mevrouw aan.

Lucie wordt verlegen.

„Moeder!" snikt ze opeens. „Moeder, ik heb zoveel goed te maken ...."

Sluiten