Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu valt het oog van mevrouw op het borduurwerk voor haar. 't Is een wandtekst en ze leest: „Een verbroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten !"

Mevrouw neemt zonder te spreken het borduursel op en doet, alsof ze het aandachtig bekijkt, maar het zijn niet haar ogen, die gestreeld worden — een heerlijk warm en dankbaar gevoel doorstroomt haar hart.

,,'k Wilde het laten inlijsten en op m'n kamer hangen/' zegt Lucie.

Dan slaat mevrouw haar armen om haar dochtertje heen en innig zegt ze: „Lucie, mijn lieve, lieve kind!"

Minuten lang blijven ze zo zitten.

Dan staat mevrouw op en drukt haar zakdoek tegen haar ogen, om die lastige tranen weg te vegen.

„Kind,.... kind," hoort Lucie haar mompelen, als Ze de kamer uitgaat.

Even later hoort ze boven een deur. Haar moeder is naar haar slaapkamer gegaan. Ze moet alleen zijn. En als ze daar neerknielt bij een stoel, dan jubelt het in haar:

„Een verbroken en verslagen hart zult Gij, o God! niet verachten!"

Alles gaat weer z'n gewone gang bij de familie Van Waerden. Lucie is weer op school. Ze blijft echter stil, opmerkelijk stil. Ze is vriendelijk en voorkomend tegen ieder, maar.... 't is een heel andere Lucie geworden. Wel heeft ze haar oude beslistheid overgehouden. Wat ze in haar hoofd heeft, zet ze door.

En — of het van de weeromstuit komt? — Betje is ook stil. Ze galmt nooit meer bij haar werk en als ze een boodschap moet doen, is ze zó terug.

't Lijkt wel, of ze ergens bang voor is, denkt Anna, die er met mevrouw over spreekt. Ze schrikt bij alles, wat er gebeurt.

Sluiten