Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat is best, mijnheer .... De vogel zal anders wel gevlogen zijn en het meisje meegenomen hebben!"

„Kunnen we er met de wagen komen?"

„Nou, mijnheer, laat eens kijken ....de drie eiken .... ja, dat zal wel gaan. Of we de binnenweg kunnen rijden, zal de vraag zijn, maar 't is in ieder geval toch

dicht bij de harde weg Is het goed, dat m'n

collega s ook meerijden? Er komen er twee. Ze kunnen dan de fietsen hier wel neerzetten."

„Ja, dat is goed! De wagen is ruim genoeg, 'k Zal 'm maar vast uit de garage halen."

Een ogenblik later rijdt de auto voor.

„Mn collega's binnen d'r al, mijnheer!" zegt de agent.

„Dan maar instappen!"

Pieterse gaat naast mijnheer Van Waerden zitten en duidt uit, waar het is. Intussen hebben de andere agenten ook plaats genomen en met een flink gangetje rijdt de auto de donkere nacht in.

Onderweg wordt niet veel gesproken. Af en toe geeft Pieterse een aanwijzing.

„Denk er om, mijnheer, hier rechts af.... Nu krijgen we straks de handwijzer bij de viersprong en dan moet u links. Daar zijn we d'r al.... links mijnheer ... en nou moeten we uitkijken, 't Is de tweede zandweg aan deze kant.... Dat is de eerste .... nou zijn we zo, waar we wezen moeten."

Mijnheer Van Waerden rijdt wat langzamer.

„Ziet u dat witte hek ? Stopt U daar ?"

„'t Is beter, om de wagen hier te laten staan en de lichten te doven. Rijdt u 'm maar zoveel mogelijk aan de kant!

Geruisloos rijdt de auto het gras in, de lichten worden uitgeknipt en de vier mannen staan in de duisternis.

bcherp luisteren ze toe, maar niets wordt gehoord.

Achter elkaar lopen ze de zandweg ot>.

Sluiten