Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deed, als ik ze niet onder ons dak terugbracht!" geeft mijnheer ten antwoord. En hij had gelijk!

De gehele familie is opgebleven en wacht in spanning hun terugkomst af.

Mijnheer Van Waerden springt het eerst uit de auto en brengt met een paar woorden zijn huisgenoten op de hoogte.

De agenten dragen de gewonde binnen.

„Moeder, mag ze op mijn bed?" smeekt Lucie, „dan ga ik wel in de logeerkamer."

„Goed, kind!" zegt mevrouw en ze gaat de agenten voor.

„Wat hebben ze het arme kind toegetakeld!" roept mevrouw ontsteld.

„Ja mevrouw, die mensen kennen geen genade."

„De dokter komt zo!" boodschapt mijnheer. „Hij was nog op!"

„Mag ik haar even zien?" vraagt Lucie.

„Nee kind, nu niet!" oordeelt mevrouw.

„Hè moeder?" dringt Lucie aan.

„Je zult er zo akelig van worden!"

„Nee moeder, ik voel me sterk genoeg. Ik zal heus niet kinderachtig doen!"

„Nu, even dan!"

Lucie gaat op de rand van het bed zitten, strijkt Betjes verwarde haren wat naar achteren en drukt een kus op dat verbonden voorhoofd. Dan ziet ze om zich heen en wenkt haar moeder.

„Ze kan toch zó niet blijven liggen?" meent ze en Ze begint vast met de kleren los te maken.

,,'t Is beter om te wachten tot de dokter komt, dan kan hij zien, hoe we ze gevonden hebben!" vindt Pieterse.

Mijnheer nodigt de agenten in de kamer en presenteert hen een sigaar.

„Nu kunnen jullie wel opstappen!" zegt Pieterse

Sluiten