Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat tillefeneren, overlegt ze. De jongejuffrouw ook al. die zich tranen lacht.

„O kind! .... giert Lucie. „Je hebt gesproken met mijnheer Van Hengel, den directeur van de meelfabriek.'

„Was het dan Johan niet V* vraagt Betje.

„Welnee, je had 'n verkeerd nummer."

Dat was wel aardig geweest, vond Betje, maar anders .... dat leren ....

Ze zou wel nooit zo geleerd worden als Anna.... en van de winter werd 't nog erger; dan ging ze naar school.

Gelukkig duurde dat nog lang. Nee, leren .... dat was goed voor andere mensen, zoals voor de jongejuffrouw; die was zo knap; die had Franse, Duitse en Engelse boeken. Dat vooral vervulde Betje met groot ontzag en dan .... de jongejuffrouw moest examen doen..... wat dat eigenlijk was, wist ze niet, maar ze hoorde er over praten en *t moest iets verschrikkelijk geleerds zijn.

Betje besloot, op haar leren ook d'r best te doen, al was 't alleen maar om de jongejuffrouw, die zo goed voor haar was. Dat van die fiets zou ze haar ook eerst vragen, want ze bewaarde nu haar geld zelf niet meer. Ze had een spaarbankboekje; daar stond het op. Daar had mijnheer voor gezorgd; die had ook het boekje. Hij had het Betje laten zien. Honderd gulden stond er op.

Dat was een beetje boven haar petje gegaan, want Ze had honderd gulden; toen had ze twee papiertjes moeten geven aan die lelijke mannen, die haar geslagen hadden en nou had ze nog honderd gulden. Nee, daar begreep ze niets van. Moest ze nu geld hebben voor n fiets voor d'r zusje, dan moest ze het eerst aan mijnheer vragen.fEn nu vond ze het 't beste om Lucie in de arm te nemen. Er deed zich een mooie gelegenheid

Sluiten