Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand van de meisjes herkent in haar de Voddenprinses. Zij, die het weten, geloven haar eigen ogen niet.

Om tien uur gaan de meisjes naar huis en moet ook Rietie naar bed.

Mevrouw, mijnheer en Lucie blijven nog wat opZitten. Even nababbelen over de gezellige avond, tot mijnheer opeens zegt:

„Kind, ik ben zo blij, dat het examen achter de rug is, en dan zo goed!"

„En wat nu ?" vraagt mevrouw. „Heb je zelf al plannen gemaakt?"

„Plannen ? .... Vader .... moeder.... 'k Heb maar één plan en ik hoop, dat u het goed zult vinden. Toen ik ziek was, heb ik o zoveel gedacht en ook veel gebeden.... Altijd ben ik een naar kind geweest en vooral die arme Betje moest het ontgelden, 'k Ben lelijk, o zo lelijk tegen haar geweest en nooit deed zij iets terug, k Dacht altijd alleen aan me zelf, voor 'n ander had ik niets over. Ja, als ik kon, bracht ik verdriet en dan genoot ik. En toen ik ziek was en Betje op haar ongekunstelde, eenvoudige, hartelijke wijze me verzorgde en ik dacht aan alles, wat ze voor me gedaan had, toen zag ik me zelf hoe langer hoe duidelijker zoals ik was: koud, egoïstisch, trots en wreed. Op een nacht heb ik lang gehuild en toen 's morgens ben ik begonnen aan die tekst, die op mijn kamertje hangt. En nu heb ik één plan: Mag ik verpleegster worden?"

„Dat mag je!" zegt mijnheer onmiddellijk en hij staat op om Lucie in z'n armen te nemen. „Dat mag je, maar bedenk wel: verpleegster zijn is een moeilijk, maar een mooi werk, het is een leven van opofferende hef de en ik hoop, dat als je verpleegster bent, dat God je altijd^ kracht zal geven om je roeping getrouw te

Ook mevrouw sluit nu Lucie in haar armen.

„Lucie, lieve kind, ik weet, dat je dit besluit biddend

Sluiten