Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deed dat alleen de lucht? Wie geeft aan die witte, wollige vlokken hun prachtige vormen? Wie voegt die kristallen bij elkaar, zóó mooi, dat een geoefende goudsmid het niet beter zou kunnen — en dat alles in enkele minuten?"

Nu zaten de jongens met open mond en ooren te luisteren en Trotzli het allermeest. Niemand stak zijn vinger op, maar ze wisten het antwoord wel: „Dat hebben we te danken aan den goeden en alwijzen God."

„Kijk, jongens, als een groot, opengeslagen prentenboek van God ligt de natuur voor ons. Maar jullie moet de wonderen leeren zien en niet als vleermuizen overdag blindelings om de hoeken rennen, ruiten ingooien, broeken scheuren, schriften vuil maken...."

Trotzli giechelde zachtjes achter zijn beroemden zakdoek. Dat was weer het gewone slot, de „moraal van het verhaal"; als de „reus Goliath" een goede bui had, dan moest hij een beetje foeteren. Trotzli echter lachte om de vleermuizen, die broeken scheuren en schriften vuil maken....

Toen de school uit was, wachtte Trotzli om het hoekje op den jongen uit de tweede klas, die hem het water op zijn hoofd gegooid had. Hij had hem al spoedig te pakken, want hij had ook behuilde oogen, omdat de meester hem voor zijn luiheid had gestraft. Trotzli ging naar hem toe, de kleine bukte al vol angst en vreeze en verwachtte.... een klap om zijn ooren.

„Hier!" zei Trotzli met een grootmoedigen glimlach, en hij gaf hem een mooi plaatje in zijn bevende handen, „je hebt ons vandaag een groot plezier gedaan — ik begin nou een beetje wijs te worden!"

Sluiten