Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trotzli en de zevenklapper!

In Ergenshuizen was het carnaval begonnen. De jongens waren geladen met allerlei streken en grappen. Dat hoort er nu eenmaal bij. Hoe grooter de dwaasheid, des te onvergetelijker is deze tijd voor een echten jongen. Al sinds vele dagen dachten hun hoofden aan niets anders meer dan aan Jan Klaassen-spel, maskerade, tooneelopvoering, caroussel, trommellawaai en mombakkesen.

Maar: school is school, ook al is het carnaval. Meester Lankmoedig was zeker geen tyran. Hij begreep zijn jongens wel, en in zulke „gevaarlijke" tijden wist hij tusschen de opstellen en rekensommen door een verhaaltje te vlechten, en als de jongens heel den voormiddag flink hun best hadden gedaan, dan haalde hij zelfs een boek met vroolijke vertellingen uit den lessenaar.

Maar, zooals gezegd: school is school, en de jongens zijn daar niet om grapjes te verkoopen, maar om op te letten en hun best te doen.

Vandaag was het een bijzonder geval. Net op het oogenblik, dat in den namiddag de les begon, werd er op de deur van de zesde klas geklopt.

»Jongens, ik moet een uur weg. Neem je schriften,

lineaal en inkt en dan moeten jullie tot ik weer

terugkom een mooi opstel maken over ,Carnaval in het dorp...Trotzli, jij moet toezicht houden!"

Onderwijzers weten heel goed, waarom zij nu en

Sluiten