Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan een echten kwajongen het toezicht laten houden.

Meester Lankmoedig nam hoed en jas en verdween.

Eerst giechelden een paar brutale vlerken in de achterste rijen en Trotzli werd vuurrood. Ze wisten allemaal waarom. Trotzli als meester — dat kon een vroolijk

uurtje worden!

Maar: met het ambt komt ook de genade. Trotzli was trouwens de laatste twee weken volstrekt niet de ergste deugniet geweest. Dat kwam zoo: Met Kerstmis had Trotzli vurig een paar ski's gewenscht. Al meer dan tien kameraden van zijn klas hadden er een paar, en telkens schoot hem het bloed naar zijn hoofd en de opwinding in zijn beenen, als hij hen den dorpsheuvel zag afsuizen en een fijne zwaai zag maken. Skiën, dat was zijn droom.

Maar Trotzli's vader gaf weinig om de droomen van zijn zoon — en in plaats van de verwachte ski's lag zijn schoolrapport onder den kerstboom en daarbij stond geschreven: „Als Trotzli op school beter zijn best doet en voor gedrag in plaats van een 5 een 9 of een 10 krijgt, dan mag hij ook aan skiën denken. — Het Kerstkindje.

Zoo stond de zaak. Maar ski's moesten er komen! Er zat dus niets anders op dan: beter leeren! Meester Lankmoedig bemerkte al spoedig, dat Trotzli veel vaker zijn vinger opstak dan vroeger, dat hij in zijn schrift veel minder kladden maakte en dat hij zijn anders zoo beweeglijk hoofd urenlang stilhield, alsof het vastgeschroefd zat. Dat beviel den meester uitstekend en in zijn hart was hij er blij om, dat de jongen zoo dapper zijn best deed.

Dat was dus de eerste reden, waarom Trotzli vandaag een „strenge opzichter" wou zijn: Er moesten ski's komen!

Sluiten