Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij wilde iets zeggen, maar zijn keel was te nauw.

„Het was ik ik heb spijt toen ging het

niet meer.

„Het is al goed, hoor Trotzli! — Ik weet alles!" De meester had Trotzli's beide handen stevig in de zijne genomen en keek den jongen nu vast, maar vriendelijk in de verbaasde oogen.

„Ga nu maar en maak de klas open, hier heb je den sleutel

Trotzli ging zacht naar buiten, bijna net of hij uit de kerk ging. Dus toch niet verstooten? Geen deugniet?.... Het was hem vreemd te moede.

Toen de jongens van de zesde klas naar binnenrenden en daar Trotzli stil in de bank zagen zitten, toen werden ze plotseling ook stil en gaapten hem aan — alsof hij een heel vreemd heiligenbeeld was.... ze zeiden niets meer en maakten ook geen lawaai, zooals ze dat anders vóór de les altijd deden. Opeens echter stompten en duwden ze Max door de deur tot vlak voor Trotzli's bank.

„Vooruit, zeg op nu — en anders leggen wij je over de bank! — je weet, wat we gezegd hebben."

„Trotzli ver geef " en Max schoof half

gedwongen en schuchter zijn vuile hand in die van den kameraad.

Trotzli boog zijn verwarde jongenskop — en schaamde

zich maar in zijn ziel begon er iets te stralen als een

morgenzon — een toomelooze vreugde.

Sluiten