Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand had hij een reusachtig plakkaat en een zaklamp, opdat men de letters beter zou kunnen zien, in de andere een bel en een trechter, opdat hij zijn boodschappen aan het hardhoorige publiek beter verstaanbaar zou kunnen maken.

Dat was — het zij heel in het geheim gezegd — de nieuwste vereeniging van Ergenshuizen, „De Trotzlianen". Natuurlijk waren zij niet in het handelsregister ingeschreven; zij wilden een boom zijn, dien men alleen aan de „vruchten" herkent.

Dat „Prins Neus" anders Trotzli heette, de doofstomme Koos, de blinde Max, de leeuw met de jongensbeenen Frits en de ezel Sep, dat zij slechts terloops medegedeeld, opdat al te vreesachtige toehoorders geen zenuwtoevalletje zullen krijgen.

Het nieuwsgierige publiek van Ergenshuizen verdrong zich om den zonderlingen stoet, zoodat de jongens karresmeer aan hun broeken kregen en de meisjes het uitgilden, omdat ze telkens op haar teenen getrapt werden. „Ga door! Ga door!" riep de menigte, die de carnavalspret te pakken kreeg, en uit alle vensters staken dames van hoogen en middelbaren leeftijd hun wonderlijke hoofden naar buiten.

„Welnu, luister dan, o volk van Ergenshuizen!" zoo verkondigde Prins Neus door zijn trechter. „"Wat gij nog nooit in uw historisch gedenkwaardig leven gezien hebt... dat is het circus Pepermuis! — Wat gij in dit gewichtige uur door uw oude straten ziet waggelen.... dat is het circus Pepermuis! — Wat gij hedenmiddag om twee uur op het alombekende schoolplein zult kunnen zien,

Sluiten