Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De griezelige gedaante was Prins Neus; hij droeg een vuurrooden mantel, met vraagteekens en bliksemstralen versierd; in de linkerhand een hooivork met tanden van 40 centimeter lengte, in de rechterhand een tooverstaf, waaruit wormen en slangen kropen, en zijn lange neus gloeide als de ondergaande zon. Prins Neus sprong op de geweldige kist, die op het tooneel stond, stak er zijn hooivork dwars doorheen en begon met een duivelschen grijnslach te tooveren: „Hocus, pocus, musicus zwavel,

duivel, ïbikus Jtiitani! Alle auiveis

bij elkaar — pruimen pek en varkenshaar Hihihi!" Toen volgde

een knal en uit de kist sprong een

leelijke heks met krommen neus, een

1 1 1! - - «n aart <1 j-C/^UlTnrP-

nonaerajarigcii uun en diovnu»Tv lijke stem, zoodat ze best de grootmoeder van den duivel had kunnen zijn.

„Oeoeoeh! Huuuuu!" gilden de meisjes. Prins Neus echter tooverde ..Hocus. oocus, autobus!

▼ w-A - 77 ' 1 ' #

Hel en duivel, Sovjetrus.... Hihihi!

— Meisjes, neemt u goed in acht vandaag wordt alles uitgebracht. Fritsibut — jij, rare niksnut — verschijn!" Een nieuwe knal en uit de kist schoot in levende lijve een duivel met horens, knarsende tanden en een echte

helsche vork.

Prins Neus tooverde verder: „Hocus, pocus, klaveren

Sluiten