Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kamer binnenloopen J5Och, och, och de

kelder.... de kelder!"

„Ook dat nog!" raasde vader, die er nu heelemaal niet

meer feestelijk uitzag.

„Marsch, naar den kelder!" — en op een niet bepaald zachtaardige wijze duwde hij zijn zoon, den muziekdirecteur Trotzli, naar de kelderdeur toe.

Frits en Karei kwamen met hangende pootjes achteraan, Rietje en Roosje liepen naar buiten, om hun jurken en „juweelen" weer te halen.

O heilige Sint Juttemis! Wat zag het er in dien kelder uit! De groote kast aan den wand, waarin de inmaakglazen stonden, hing heelemaal scheef, de glazen lagen in scherven op den grond, pruimen en kersen rolden in het vuil,

en in den heelen kelder dwarrelde het stof en roet net als

1 *

in een scnouw, waarin de schoorsteenveger in het voorjaar schoonmaak houdt. De feestvierende vader trok zijn dierbaren zoon aan het rechteroor; hij beefde van woede en de jongen van angst.

Zoo was het ook niet bedoeld! —

„Wie heeft dat gedaan?"... „Ik... i-i-i-ik!" zoo klonk het huilerig uit den donkeren kelderhoek achter het

, .De feestvierende vader trok zijn dierbaren Vat» zoon aan het rechteroor.

Sluiten