Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— maar misschien — als ge zoo goed wilt zijn... voor... die vier kleintjes daar!"

Trotzli kreeg de tranen in zijn oogen, toen hij de vier kinderen bij hun stervenden vader zag. Voor Bethli had hij nou nog wel urenver kunnen loopen.

Op den terugweg baden meneer pastoor en Trotzli hardop met elkaar. De zon schitterde op de daken van de huizen en wekte de menschen voor den nieuwen dag. Er stonden zelfs al enkele schooljongens langs den weg. „Kijk eens.... Trotzli is koster!...." smoesden ze tegen elkaar. Toen ze dichter bij

de kerk kwamen, stonden er steeds meer menschen, om den zegen van Onzen Lieven Heer te ontvangen. In zijn ijver echter merkte Trotzli niet, dat hij den pastoor verloren had — hij was hem bijna honderd stappen voor; want door het vele zegenen naar rechts en naar links was de pastoor een beetje achtergeraakt. Zoo rood als een kreeft wachtte

de jongen bij de kerkdeur op Onzen Lieven Heer en den priester....

In de sacristie kreeg Trotzli twee kwartjes van meneer pastoor. „Hier — die heb je wel verdiend!"

Trotzli wilde ze stralend van vreugde in zijn broekzak

..Hij was bijna honderd stappen voor....

Sluiten