Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder. Dom, heel dom keken de twee jagers elkaar aan. Het resultaat was bedroevend.

Koos wist, dat er in de kast nog een paar oude kannetjes stonden. Een daarvan werd tegen het gebroken ampulletje omgeruild. Maar de wijwaterkwast?

„Och kom, waar heb je „tuf" voor in je mond?" — vooruit dus, vlug olie op de wond, een fijn touwtje erom als verbandstof.... en de invalide wijwaterkwast lag op zijn plaats, alsof hij er sinds den morgen altijd rustig had liggen slapen. — Maar de vleermuis leefde nog altijd....

Neen, neen, twee kerels als Trotzli en Koos geven den moed niet op — een misdienaarstoog vliegt tegen den zolder — en, goed zoo, het beest is gevangen. Dat ze daar ook niet eerder aan gedacht hadden!

Trotzli hield den kleinen zwarten roofvogel als een

drakendooder tusschen zijn vingers. Eén ding was zeker: de vleermuis moest levend in school gebracht worden. Een kooi of een doos hadden ze natuurlijk niet bij de hand. Maar een jongen weet zich altijd wel te redden. Hij heeft niet voor niets zakken in zijn broek! — Trotzli schoof het spartelende beest in zijn linkerbroekzak. Koos ving vlug nog een vette spin en schoof er die

....En sloot met drie veiligheidsspelden de < f-v • • j •>>

vleermuisgevangenis af. bij .* „Dat IS prOVUnd! en

Sluiten