Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met drie groote veiligheidsspelden sloot hij de vleermuisgevangenis af. — Met een triomfantelijken blik, maar in hun hart toch een beetje bedrukt, sloten de twee jongens de sacristie en de kerk en brachten den sleutel naar de pastorie. Juffrouw Trees was van de jacht in kennis gesteld; zij vond het maar wat goed, dat die afschuwelijke vleermuis uit de heilige plaats werd verjaagd.

„Hebben jullie ze?" vroeg ze vol spanning en bijna angstig, want wie weet!.... misschien hadden de jongens het beest wel meegebracht.

„We hebben ze!"

„Goddank! En goed opgeborgen?"

„En of! Als in een graf!"

„Nou, dan heeft meneer pastoor morgen tenminste weer rust.... hier jongens, dat hebben jullie wel verdiend!"

Trotzli en Koos schoven een geweldig stuk koek tusschen hun tanden en zichzelf door de pastoriedeur.... „Ja, ja, meneer pastoor zou morgen weer rust hebben...!"

Trotzli was erg moe, en moeder moest hem niet, zooals anders, drie keer naar bed sturen. Zijn broek hing onder het open venster, zoodat de gevangen vleermuis toch nog een beetje van de zoete nachtlucht kon genieten. Het avondgebed ging ongeveer als het rozenhoedje in de kerk. Alleen de akte van berouw was wat échter — misschien vanwege de dingen, die nog komen zouden. — Slapen, dat ging vannacht niet zoo goed. Het gebroken wijnkannetje, de gekwetste wijwaterkwast, de gevangen vleermuis, die van tijd tot tijd nog eens met zijn vlerken tegen de ruiten tikte.... dat alles warrelde wild voor

Sluiten