Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pastoor moest zeggen, dat Koos vandaag niet kon komen — hij had koorts! Meneer pastoor keek Trotzli eens aan met een merkwaardigen blik.... en deze dacht: „Had

ik ook maar koorts" In zijn broekzak krabbelde de

vleermuis.... Nog nooit had een heilige Mis zoo lang geduurd als vandaag, vond Trotzli.

Eindelijk kwam het „Ite, missa est" — gaat, de Mis is uit! Ja, ja, kon hij nou maar gaan! Maar in Zwitserland wordt, evenals in sommige andere landen, iederen dag na de H. Mis nog den zegen met wijwater gegeven. En daar moest Trotzli nog bij zijn. Meneer pastoor nam den kwast, dompelde hem diep in den wijwaterketel — en nou moest Trotzli in zijn zwarten toog achter den pastoor aan door het middenschip gaan. De pastoor zwaaide zooals

altijd krachtig en royaal het wijwater over de biddende menschen — Trotzli durfde er niet naar kijken; hij wist, dat nu het onheil moest geschieden — neen, het ging nog... de kwast bleef heel. .. Goddank... nog tien stappen, nog een „Geloofd zij Jezus Christus!" en de laatste zwaai over de meisjes „Geloofd zij!"... Sssssjjjjiet... hoepla! —

Meneer pastoor had nog slechts den halven steel in

Meneer pastoor had nog slechts den hal ven

steel in zijn hand.

Sluiten