Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam schoot hij in zijn broek. Zijn voeten stak hij in de zachte pantoffels. Toen deed hij voorzichtig de deur open, zoodat ze niet kraakte, en sloop onhoorbaar als een geest over gangen en trappen, als een muilezel beladen

met de ronde en hoekige oude doozen. Beneden in de gang flakkerde een nachtlichtje, dat haastig voortglippende schaduwen op den donkeren wand wierp. Bijna voelde Trotzli een huivering over zijn rug kruipen....

Het licht durfde hij niet aan te draaien, omdat hij bang was, dat het schijnsel in de kamer van vader en moeder zou doordringen. Toen hij voorbij hun deur kwam. waagde hij het

nauwelijks, te ademen. Alles ging goed, zij het dan ook voorzichtig en langzaam; want de gangen waren smal en de lading breed. Nu nog de onderste trap en dan zou hij in de keuken zijn fijn uitgedacht werk beginnen. Plotseling echter trapt zijn rechtervoet in een koud, zonderling voorwerp. Als een klem omvat het de naakte

enkels de voet zit vast, de lading dringt naar

voren... vol schrik grijpen de handen naar den muur. .. daar rollen de twee groote hoedendoozen al over de trap; vlug wil hij ze nog grijpen.... een dof gestommel, een

.Sloop over gangen en trappen.

Sluiten