Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bond het in het midden stevig om de ijzeren pinnen, en nu konden ook de andere helden komen. t

Aan den eenen kant omhoog, aan den anderen kant omlaag; zoo ging dat vijf keer en toen stonden de „ridders zonder vrees of blaam" in den kasteelhof. Het touw hadden ze voor alle zekerheid tot aan de ijzeren staven opgetrokken; aan den binnenkant lieten zij het hangen, om zoo snel mogelijk te kunnen terugtrekken, wanneer er gevaar dreigde.

Omdat Trotzli den ouden Heinz Schwibeli al eens bij het opbergen van het tuingereedschap had geholpen, wist hij ook een vermolmde deur te vinden, die naar de donkere, onderaardsche kelders voerde. Een zachte druk, de deur ging open en de vijf roovers stonden onder de

griezelige gewelven van den „Ringelnatter".

Trotzli voerde, met een zaklamp tusschen zijn handen verborgen, den troep aan. Frits liep achterop en liet nu en dan kleine papiersnippers vallen, om na de verovering van den schat den terugweg te kunnen vinden.

Zachtjes slopen zij op hun teenen langs de wanden, om den geest van den dooden Schauerlich niet te storen. — Eerst liepen zij tastend door vochtiee Sïanpen. die nanwf»-

O O O 7 TT V

Irotzh voerde den troep aan.

Sluiten