Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor hen. Trotzli peuterde er met zijn breekijzer in als in een hollen kies. Eerst stiet hij op aarde, zand, steen.... toen hoorde hij een harden, hollen, metalen klank, als.... als.... van een oeroude ijzeren kist, waarin een enorme schat verborgen is. Ja, precies zoo! Alle vijf waren het er roerend over eens. — Dus hier moest de schat zijn, de schat van den reeds lang verganen ridder Schauerlich von Ringelnatter.

Een blij gevoel van triomf sijpelde over de vijf bezweete jongensruggen. Nu waren er voorloopig geen commando's meer noodig. Als mollen krabbelden zij met hun bloote handen den grond uit het gat. Zand, puin en stukken steen vlogen tegen de wanden, zoodat er een doffe echo klonk.

Na ongeveer tien minuten zwoegen was de schatkist

zoover blootgelegd, dat er vier jongensschoenen op konden staan. Trotzli lichtte bij met zijn dievenlantaren...., ja, waarachtig, de kist had een ijzeren klep, nauwelijks twee handen breed en deze was met een ijzeren grendel gesloten. Natuurlijk alles geroest — trekken en stooten hielp allemaal niets.

„Breekijzer hier!" beval Trotzli. Zes handen grepen het lange ijzer; Trotzli mikte

tegen den grendel — hij was

....Een waterstraal schoot recht in Trotzli's gezicht.

Sluiten