Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een goed boogschutter en kon goed mikken — „Poem — poem — poem!" Het breekijzer raakte goed, maar de schatkist moest al sinds oeroude tijden begraven zijn. Een paar stukjes roest brokkelden af.

„De aanhouder wint!" Toen de drie schutters moe waren, werden ze door de drie anderen afgelost. Trotzli zat in het gat, hield het breekijzer tusschen zijn beenen en mikte, mikte als een echte Willem Teil.... „Poem — poem — pats!'" De ijzeren klep sprong open en — psssst! — een waterstraal schoot recht in Trotzli's verbaasd gezicht, tot aan het gewelf van den donkeren gang. Met een geweldigen noodsprong schoot Trotzli uit het gat; toen grepen ze allen haastig hun werktuigen en vluchtend rende de schatgraverscompagnie door de lange, duistere gangen naar den kasteelhof toe. De zaklantaren had Trotzli niet meer te pakken gekregen. In het donker raakte de vluchtende bende een paar keer in het gedrang

in de hoeken der gewelven. Als een verre, dreunende echo spoot nog altijd het water uit de betooverde schatkist van ridder von Schauerlich.

Bleek van schrik, nat en van boven tot onder bevuild, kwamen de vijf roofridders eindelijk aan den zoom van het bosch, om daar te beraadslagen. Beneden in her

...„Ik geloof, dat we een stomme streek hebben uitgehaald".

goudrood van de avondzon

Sluiten