Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden zij verzocht, van hun instemming blijk te geven met een grooten open mond alsof zij Jaaaa!' wilden zeggen! — Ik begin (hij fluisterde als een kat, die een hond aanspreekt): Heinz Schwibeli heeft 25 francs schade geleden: dat is onze schuld!"

„Jaaaa", beaamde de raad, maar hij zei het niet, doch deed slechts vijf diepe, zwarte muilen open.

„Deze schuld moet worden betaald!"

„Jaaaa!"

„De oude Heinz heeft geen andere inkomsten dan de entreegelden van de kasteelbezoekers!" — „Jaaaa!

„Wij moeten er dus voor zorgen, dat er meer bezoekers komen dan anders, zoodat Heinz 25 francs meer ontvangt dan gewoonlijk. Er moeten dus 50 personen meer komen, die ieder een halven franc entree betalen, dat is precies 25 francs!"

„Jaaaa! ■ • •. maar• • • •!

„Ik verzoek den raad der bondgenooten, mij niet in de rede te vallen! Voor dit doel maken wij ten eerste in Ergenshuizen en omgeving een kolossale reclame: ,Zondag a.s., den zooveelsten: nieuwe, ongekende, grandiose bezienswaardigheid op den burcht Ringelnatter! .... en om de menschen niet te bedriegen, moeten wij er ten tweede voor zorgen, dat deze bezienswaardigheid ook werkelijk wordt opgevoerd! Opgevoerd zeg ik, want ze

is al uitgevonden!"

De raad wilde in stormachtigen bijval losbarsten, maar gedachtig het spreekverbod deden ze alleen maar „Braaaen verstomden toen in hardnekkig zwijgen.

Trotzli sprong van de ton en hurkte weer in de

Sluiten