Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs in de naburige dorpen waren zulke reclameplaten opgehangen en groote troepen jongens stonden er nieuwsgierig naar te kijken en bestudeerden de uitnoodiging.

*

* «■

„Hoe is het weer morgen, Schwibeli?"

„Het weer? Ja, ja dat zal wel goed zijn!"

„Dan zullen er wel veel bezoekers naar de „Ringelnatter" komen, denk je ook niet? — Wij willen je graag een handje helpen! Ik kan al heel goed uitleg geven van de ridders en de vanen!...."

„Ja, ja, een mensch wordt al een dagje ouder, als hij zoo'n paar duizend keeren over de ijzeren heeren gepraat heeft. We zullen wel eens zien, jongen, we zullen wel eens zien! Ja, 't zou den ouden Schwibeli wel goed doen, als er weer eens een paar centen binnenkwamen.... die, die reparatie aan de verwarming heeft ook weer zoo verduiveld veel geld gekost 25 francs, mijn jongen!

ja, ja, dat weet jij nog niet, wat dat beteekent, 25 francs!"

De Zondag kwam. Helder, zonnig en heerlijk, als het ware geknipt voor een uitstapje naar den „Ringelnatter". Maar vóór de gasten kwamen, waren de jongens er al; eerst drie, en een half uur later de anderen. Schwibeli liet ze maar begaan, hier en daar moest er immers nog een helm rechtgezet en een harnas afgestoft worden.

Toen de eerste bezoekers in de ridderzaal kwamen, waren de zes leden van de bende spoorloos verdwenen. Beneden bij de poort stond Schwibeli en gaf de entreekaartjes af 10, 20, 50, 80, 100 zijn vingers

Sluiten