Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam naar den ouden slotbewaarder toe, klopte hem glimlachend op zijn smalle schouders en zei: „Dat heb je goed gedaan, Schwibeli, uitstekend hoor!"

Heinz Schwibeli stotterde verlegen en angstig: „Maar...

i-i-ik heb toch niet neen, neen, ik he-he-heb dat

niet. ..! Toen werd het heelemaal zwart voor zijn oogen. Toen de oude Schwibeli weer bijkwam, zat hij in een oerouden rieten leunstoel, en de zaal was heelemaal leeg. Alle ridders stonden weer op hun plaats, hol en zwijgend, zooals sinds oeroude tijden. Een jongenshand lag op de moede schouders van den ouden man en een zachte stem vroeg: „Hoeveel heb je ontvangen.... Schwibeli?"

De slotbewaarder wendde het hoofd om en keek half verbaasd, half woedend in Trotzli's bezweet gezicht:

Jij? J-J-J-jiJ?"

„Neen, ik niet, maar.... ridder Schauerlich von Ringelnatter! — Adieu!"

's Avonds, toen de schemering al rond het kasteel lag, zat Heinz Schwibeli nog altijd over het stapeltje geld gebogen. Telkens weer moest

hij tellen 10, 20, 30, 60,

75... Toen deed hij 50 halve francstukken in een gelen envelop en schreef met beverige letters: Aan den Heer Blechzange, Koperslager, Er-

genshuizen.

....Heinz Schwibeli zat nog altijd over het stapeltje geld gebogen.

Sluiten