Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meubel op den brandstapel verheven, die nu meer dan drie meter hoog was. Eenstemmig werd aan Trotzli de eer gegund, de „crisis" op de plaats der terechtstelling neer te zetten. Fier beklom hij de ladder: „Ziezoo, mevrouw crisis! Hier kun je nog een laatsten blik slaan over het lieve vaderland, dat je zoo treurig hebt toegetakeld!" En met een flinken duw zette hij Roosjes pop op de wankelende canapé, zoodat het nog overgebleven been ervan uit het gelid schoot.

„Wie steekt het vuur aan?"

Iedereen had dat natuurlijk dolgraag gedaan, maar zij voelden allen, dat de eer eigenlijk alweer aan Trotzli toekwam. Doch Trotzli had een goed hart. „Ik stel voor, om allen tesamen het vuur aan te steken, ieder op een hoek! Maar niet voor 9 uur, begrepen?"

Allen gingen er mee accoord. En omdat jongens, die al sinds den middag niets gegeten hebben, ook op 1 Augustus een razenden honger krijgen, besloot de bende naar huis te gaan, om de krachten te versterken. Sep en Karei zouden zoolang de wacht houden, want zij hadden

nog worst en brood in hun zak.

De soep stond al op tafel te dampen, toen Trotzli de kamer binnenstoof. Zweet, stof, stroo, schrammen en striemen op wangen en beenen waren de duidelijke kenteekenen van een dag vol zwoegen en werken. Midden onder het Onze Vader kwam schreiend en huilend Roosje binnengeloopen: „Moeder, Marietje van de buren heeft gezegd, dat op den brandstapel van het Augustusvuur een groote pop staat, die er net eender uitziet als mijn Greetje; ze heeft slaapoogen en een been af Huu-huu-

Sluiten